De aard van de Overheid

Dit artikel werd oorspronkelijk in The Virtue of Selfishness en later in Capitalism: The Unknown Ideal uitgegeven. Vertaald door Anis Benhayyoun

Een overheid is een instelling die de exclusieve macht heeft om bepaalde sociale gedragsregels in een bepaald geografisch gebied op te leggen. Hebben de mensen zo'n instelling nodig, en waarom? Aangezien het verstand van de mens zijn basisinstrument is om te overleven, zijn middel om kennis te vergaren om zijn acties te leiden - de basisvoorwaarde die hij nodig heeft is de vrijheid om te denken en te handelen volgens zijn rationele oordeel. Dit betekent niet dat een mens alleen moet leven en dat een onbewoond eiland de omgeving is die het meest geschikt is voor zijn behoeften. De mens kan enorme voordelen halen uit de omgang met elkaar. Een sociale omgeving is het meest bevorderlijk voor hun succesvol overleven, maar alleen onder bepaalde voorwaarden.

"De twee grote waarden die aan een sociaal bestaan kunnen worden ontleend zijn: kennis en handel. De mens is de enige soort die zijn hoeveelheid kennis kan overdragen en uitbreiden van generatie op generatie; de kennis die potentieel beschikbaar is voor de mens is groter dan één mens zou kunnen verwerven in zijn eigen leven; ieder mens heeft een onberekenbaar voordeel van de kennis die door anderen wordt ontdekt. Het tweede grote voordeel is de arbeidsverdeling: zij stelt een mens in staat zich op een bepaald werkterrein toe te leggen en handel te drijven met anderen die zich op andere terreinen specialiseren. Deze vorm van samenwerking stelt alle mensen die eraan deelnemen in staat een groter kennis-, vaardigheids- en productie rendement van hun inspanning te bereiken dan zij zouden kunnen bereiken indien ieder alles wat zij nodig heeft zelf zou moeten produceren, op een onbewoond eiland of op een zelfvoorzienende boerderij. Maar juist deze voordelen geven aan, begrenzen en definiëren wat voor soort mensen voor elkaar van waarde kunnen zijn en in wat voor soort samenleving: alleen rationele, productieve, onafhankelijke mensen in een rationele, productieve, vrije samenleving." ("The Objectivist Ethics" in The Virtue of Selfishness.)

Een samenleving die een individu berooft van het product van zijn inspanning, of hem tot slaaf maakt, of poogt de vrijheid van zijn geest te beperken, of hem dwingt te handelen tegen zijn eigen rationele oordeel in, een samenleving die een conflict creëert tussen haar edicten en de vereisten van de natuur van de mens, is strikt genomen, geen samenleving, maar een menigte die bijeen wordt gehouden door geïnstitutionaliseerd gang-regime. Een dergelijke samenleving vernietigt alle waarden van het menselijk samenleven, heeft geen enkele rechtvaardiging en vormt niet een bron van voordelen, maar de dodelijkste bedreiging voor het overleven van de mens. Het leven op een onbewoond eiland is veiliger dan en ongetwijfeld te verkiezen boven het bestaan in Sovjet-Rusland of nazi-Duitsland. Als de mensen in een vreedzame, productieve, rationele samenleving willen samenleven en tot wederzijds voordeel met elkaar willen omgaan, moeten zij het sociale grondbeginsel aanvaarden zonder hetwelk geen morele of beschaafde samenleving mogelijk is: het beginsel van de individuele rechten. De erkenning van individuele rechten betekent de erkenning en aanvaarding van de voorwaarden die door de natuur van de mens worden vereist voor zijn juiste overleving. De rechten van de mens kunnen alleen worden geschonden door het gebruik van fysiek geweld. Alleen met lichamelijk geweld kan de ene mens de andere van het leven beroven, tot slaaf maken, beroven, verhinderen zijn eigen doelen na te streven, of dwingen tegen zijn eigen rationele oordeel in te handelen.

De eerste voorwaarde voor een beschaafde samenleving is het weren van fysiek geweld uit sociale relaties - daarmee het beginsel vestigend dat als mensen met elkaar willen omgaan, zij dat alleen mogen doen door middel van de rede: door discussie, overtuiging en vrijwillige, niet gedwongen instemming.

De noodzakelijke consequentie van het recht van de mens op leven is zijn recht op zelfverdediging. In een beschaafde maatschappij mag geweld alleen worden gebruikt als vergelding en alleen tegen degenen die het gebruik ervan initiëren. Alle redenen die het initiëren van fysiek geweld tot een kwaad maken, maken het vergeldingsgebruik van fysiek geweld tot een morele verplichting.

Als een of andere "pacifistische" maatschappij het gebruik van geweld als vergeldingsmaatregel zou afzweren, zou zij hulpeloos overgeleverd zijn aan de genade van de eerste de beste misdadiger die besluit immoreel te zijn. Zo'n samenleving zou het tegendeel bereiken van wat zij beoogt: in plaats van het kwaad af te schaffen, zou zij het aanmoedigen en belonen.

Als een samenleving geen georganiseerde bescherming tegen geweld zou bieden, zou zij iedere burger dwingen om gewapend rond te trekken, om van zijn huis een fort te maken, om op vreemden te schieten die zijn deur naderen, of om zich aan te sluiten bij een beschermende bende burgers die andere bendes zouden bestrijden, gevormd voor hetzelfde doel, en zo de aftakeling van die samenleving teweeg te brengen in de chaos van het gang-regime, d.w.z. heerschappij door bruut geweld, in de eeuwigdurende stammenoorlog van prehistorische wilden.

Het gebruik van fysiek geweld - zelfs het gebruik als vergeldingsmiddel - kan niet worden overgelaten aan het oordeel van individuele burgers. Vreedzame co-existentie is onmogelijk als een mens moet leven onder de voortdurende dreiging van geweld dat op elk moment door een van zijn buren tegen hem kan worden ontketend. Of de bedoelingen van zijn buren nu goed of slecht zijn, of hun oordeel rationeel of irrationeel is, of zij worden gemotiveerd door een gevoel van rechtvaardigheid of door onwetendheid of door vooroordeel of door kwaadwilligheid - het gebruik van geweld tegen één mens kan niet worden overgelaten aan de arbitraire beslissing van een ander.

Stelt u zich bijvoorbeeld eens voor wat er zou gebeuren als een man zijn portefeuille miste, tot de conclusie kwam dat hij beroofd was, in elk huis in de buurt inbrak om het te doorzoeken, en de eerste man neerschoot die hem een vuile blik toewierp, waarbij hij die blik als een bewijs van schuld aannam.

Het gebruik van geweld als vergeldingsmaatregel vereist objectieve regels voor het bewijs om vast te stellen dat een misdaad is gepleegd en om te bewijzen wie de misdaad heeft gepleegd, alsmede objectieve regels om straffen en handhavingsprocedures vast te stellen. Mensen die misdaden proberen te vervolgen, zonder dergelijke regels, zijn een lynchpartij. Als een samenleving het gebruik van geweld als vergeldingsmaatregel overlaat aan individuele burgers, zal zij ontaarden in een maffiaheerschappij, lynchwetgeving en een eindeloze reeks bloedige privévete ‘s of vendetta's.

Als fysiek geweld moet worden uitgebannen uit sociale relaties, hebben mensen een instelling nodig die tot taak heeft hun rechten te beschermen volgens een objectieve code van regels.

Dit is de taak van een overheid - van een goede overheid - haar fundamentele taak, haar enige morele rechtvaardiging en de reden waarom de mensen een overheid nodig hebben. Een overheid is het middel om het vergeldingsgebruik van fysiek geweld onder objectieve controle te plaatsen - d.w.z. onder objectief bepaalde wetten.

Het fundamentele verschil tussen particuliere actie en overheidsactie - een verschil dat vandaag de dag grondig wordt genegeerd en omzeild - ligt in het feit dat een overheid het monopolie heeft op het legale gebruik van fysiek dwang. Zij moet een dergelijk monopolie hebben, omdat zij het middel is om het gebruik van dwang in te dammen en te bestrijden; en om diezelfde reden moet haar optreden strikt gedefinieerd, afgebakend en begrensd zijn; geen enkele bevlieging of gril mag worden toegestaan bij haar optreden; zij moet een onpersoonlijke robot zijn, met de wetten als enige drijfveer. Als een samenleving vrij wil zijn, moet haar overheid begrensd zijn.

In een goed sociaal stelsel is een individu wettelijk vrij om te doen wat hij wil (zolang hij de rechten van anderen niet schendt), terwijl een overheidsambtenaar bij elke officiële handeling aan de wet gebonden is. Een particulier mag alles doen behalve datgene wat wettelijk verboden is; een overheidsambtenaar mag niets doen behalve datgene wat wettelijk is toegestaan. Dit is de manier om "macht" ondergeschikt te maken aan "recht". Dit is het Amerikaanse concept van "een overheid van wetten en niet van mensen".

De aard van de wetten die passen bij een vrije samenleving en de bron van het gezag van de overheid moeten beide worden afgeleid uit de aard en het doel van een goede overheid. Het basisprincipe van beide wordt aangegeven in de Onafhankelijkheidsverklaring: "Om deze [individuele] rechten veilig te stellen, zijn onder de mensen overheden ingesteld, die hun macht ontlenen aan de instemming van de geregeerden ..."

Aangezien de bescherming van individuele rechten het enige juiste doel is van een overheid, is het ook het enige juiste onderwerp van wetgeving: alle wetten moeten gebaseerd zijn op individuele rechten en gericht zijn op de bescherming daarvan. Alle wetten moeten objectief zijn (en objectief te rechtvaardigen): de mensen moeten duidelijk weten, voordat zij een handeling verrichten, wat de wet hen verbiedt te doen (en waarom), wat een misdaad is en welke straf zij zullen krijgen als zij die begaan.

De bron van het gezag van de overheid is "de toestemming van de geregeerden". Dit betekent dat de overheid niet de heerser is, maar de dienaar of agent van de burgers; het betekent dat de overheid als zodanig geen rechten heeft, behalve de rechten die haar door de burgers voor een bepaald doel zijn gedelegeerd.

Er is slechts één basisprincipe waarmee een individu moet instemmen als hij in een vrije, beschaafde samenleving wil leven: het principe dat hij afziet van het gebruik van fysiek geweld en zijn recht op fysieke zelfverdediging aan de overheid delegeert, met het oog op een ordelijke, objectieve, wettelijk omschreven handhaving. Of, om het anders te zeggen, hij moet de scheiding van geweld en bevlieging (elke bevlieging, ook de zijne) aanvaarden.

Wat gebeurt er nu in geval van onenigheid tussen twee mensen over een onderneming waarbij beiden betrokken zijn? In een vrije maatschappij worden mensen niet gedwongen met elkaar om te gaan. Zij doen dit alleen door vrijwillige overeenkomst en wanneer er een tijdselement in het spel is, door contract. Wanneer een contract wordt verbroken door de arbitraire beslissing van de ene man, kan dit rampzalige financiële schade berokkenen aan de andere - en het slachtoffer zou geen andere uitweg hebben dan beslag te leggen op het eigendom van de overtreder als compensatie. Maar ook hier kan het gebruik van geweld niet aan de beslissing van particulieren worden overgelaten. En dit leidt tot een van de belangrijkste en meest complexe functies van de overheid: de functie van arbiter die geschillen tussen mensen beslecht volgens objectieve wetten.

Criminelen vormen een kleine minderheid in elke half beschaafde samenleving. Maar de bescherming en handhaving van contracten door burgerlijke rechtbanken is de meest cruciale behoefte van een vreedzame samenleving; zonder een dergelijke bescherming zou geen beschaving kunnen worden ontwikkeld of gehandhaafd.

De mens kan niet overleven, zoals dieren doen, door te handelen binnen het bereik van het directe moment. De mens moet zijn doelen over een langere tijdspanne trachten te bereiken; hij moet zijn handelingen berekenen en zijn leven op lange termijn plannen. Hoe beter het verstand van de mens en hoe groter zijn kennis, hoe groter de reikwijdte van zijn planning. Hoe hoger of complexer een beschaving, hoe langer de reikwijdte van de activiteit die zij vereist - en dus hoe langer de reikwijdte van contractuele overeenkomsten tussen mensen, en hoe dringender hun behoefte aan bescherming voor de veiligheid van dergelijke overeenkomsten.

Zelfs een primitieve ruilhandel samenleving zou niet kunnen functioneren als een persoon overeenkomt om een krat aardappelen te ruilen voor een mand eieren, en nadat hij de eieren heeft ontvangen, weigert om de aardappelen te leveren. Stelt u zich eens voor wat een dergelijke op een opwelling gerichte actie zou betekenen in een industriële samenleving waar mensen voor een miljard dollar aan goederen op krediet leveren, of contracten sluiten voor de bouw van bouwwerken van vele miljoenen dollars, of huurovereenkomsten voor negenennegentig jaar ondertekenen.

Eenzijdige contractbreuk houdt een indirect gebruik van fysiek geweld in: het komt er in wezen op neer dat iemand de materiële waarden, goederen of diensten van een ander ontvangt, vervolgens weigert ervoor te betalen en ze dus met geweld houdt (louter door fysiek bezit), niet op grond van het recht - d.w.z. dat hij ze houdt zonder de toestemming van de eigenaar ervan. Fraude is een soortgelijk indirect gebruik van geweld: het bestaat in het verkrijgen van materiële waarden zonder toestemming van de eigenaar, onder valse voorwendselen of valse beloften. Afpersing is een andere variant van indirect gebruik van geweld: het gaat om het verkrijgen van materiële waarden, niet in ruil voor waarden, maar door dreiging met dwang, geweld of letsel.

Sommige van deze handelingen zijn uiteraard strafbaar. Andere, zoals een eenzijdige contractbreuk, zijn misschien niet strafrechtelijk gemotiveerd, maar kunnen het gevolg zijn van onverantwoordelijkheid en irrationaliteit. Weer andere kunnen complexe zaken zijn met aan beide zijden enige aanspraak op gerechtigheid. Maar hoe dan ook, al deze kwesties moeten worden onderworpen aan objectief vastgestelde wetten en moeten worden opgelost door een onpartijdige arbiter, die de wetten toepast, d.w.z. door een rechter (en een jury, indien nodig).

Let op het grondbeginsel dat in al deze gevallen de rechtvaardigheid beheerst: het is het beginsel dat niemand waarden van anderen mag verkrijgen zonder toestemming van de eigenaars - en, als uitvloeisel daarvan, dat iemands rechten niet mogen worden overgeleverd aan de genade van de eenzijdige beslissing, de willekeurige keuze, de irrationaliteit, de gril van een andere mens.

Dat is in wezen het eigenlijke doel van een overheid, het sociale bestaan voor de mensen mogelijk te maken, door de voordelen te beschermen en het kwaad te bestrijden dat de mensen elkaar kunnen aandoen.

De eigenlijke functies van een overheid vallen uiteen in drie grote categorieën, die alle betrekking hebben op de kwestie van fysiek geweld en de bescherming van de rechten van de mens: de politie, om de mens te beschermen tegen misdadigers - de strijdkrachten, om de mens te beschermen tegen buitenlandse indringers - de rechtbanken, om geschillen tussen mensen te beslechten volgens objectieve wetten.

Deze drie categorieën impliceren talrijke uitvloeisels en afgeleiden, en de praktische uitvoering ervan, in de vorm van specifieke wetgeving, is enorm ingewikkeld. Dit behoort tot het terrein van een bijzondere wetenschap: de rechtsfilosofie. Op het gebied van de tenuitvoerlegging zijn vele fouten en meningsverschillen mogelijk, maar wat hier essentieel is, is het beginsel dat ten uitvoer moet worden gelegd: het beginsel dat het doel van het recht en van de overheid de bescherming van de rechten van het individu is.

Vandaag de dag wordt dit beginsel vergeten, genegeerd en omzeild. Het resultaat is de huidige toestand van de wereld, met de terugval van de mensheid naar de wetteloosheid van absolutistische tirannie, naar de primitieve wreedheid van heerschappij door bruut geweld.

Uit ondoordacht protest tegen deze tendens werpen sommigen de vraag op of de overheid als zodanig van nature slecht is en of anarchie het ideale sociale stelsel is. Anarchie, als politiek concept, is een naïeve zwevende abstractie: om alle hierboven besproken redenen zou een maatschappij zonder georganiseerd bestuur overgeleverd zijn aan de genade van de eerste de beste misdadiger die langskomt en die haar in de chaos van bendeoorlogen zou storten. Maar de mogelijkheid van menselijke immoraliteit is niet het enige bezwaar tegen anarchie: zelfs een maatschappij waarvan elk lid volledig rationeel en foutloos moreel zou zijn, zou niet kunnen functioneren in een staat van anarchie; het is de behoefte aan objectieve wetten en aan een scheidsrechter voor eerlijke meningsverschillen tussen mensen, die de instelling van een overheid noodzakelijk maakt.

Een recente variant van de anarchistische theorie, die sommige van de jongere voorstanders van vrijheid in verwarring brengt, is een vreemde absurditeit die "concurrerende overheden" wordt genoemd. Met het uitgangspunt van de moderne staatisten - die geen verschil zien tussen de functies van de overheid en de functies van de economie, tussen dwang en productie, en die voorstander zijn van overheidseigendom van het bedrijfsleven - nemen de voorstanders van "concurrerende overheden" de andere kant van dezelfde medaille en verklaren dat, omdat concurrentie zo bevorderlijk is voor het bedrijfsleven, zij ook moet worden toegepast op de overheid. In plaats van één enkele, monopolistische overheid, verklaren zij, zouden er een aantal verschillende overheden moeten zijn in hetzelfde geografische gebied, wedijverend om de trouw van individuele burgers, waarbij iedere burger vrij is om te "winkelen" en de overheid te kiezen die hij verkiest.

Bedenk dat het dwingen van mensen de enige dienst is die een overheid te bieden heeft. Vraag jezelf af wat een competitie in gedwongen beperking zou moeten betekenen. Men kan deze theorie geen contradictie noemen, omdat zij duidelijk verstoken is van enig begrip van de termen "concurrentie" en "overheid". Evenmin kan men haar een zwevende abstractie noemen, aangezien zij geen enkel contact met of verwijzing naar de werkelijkheid heeft en in het geheel niet kan worden geconcretiseerd, zelfs niet ruwweg of bij benadering. Eén illustratie volstaat: stel dat de heer Smith, een klant van overheid A, vermoedt dat zijn buurman, de heer Jones, een klant van overheid B, hem heeft bestolen; een ploeg van politie A gaat naar het huis van de heer Jones en wordt aan de deur opgewacht door een ploeg van politie B, die verklaart dat zij de gegrondheid van de klacht van de heer Smith niet aanvaarden en dat zij het gezag van overheid A niet erkennen. Wat gebeurt er dan? U neemt het over van daar.

De evolutie van het begrip "overheid" heeft een lange, kronkelige geschiedenis gehad. Een flauw vermoeden van de juiste functie van de overheid schijnt in elke georganiseerde samenleving te hebben bestaan, en manifesteert zich in verschijnselen als de erkenning van een impliciet (zij het vaak onbestaand) verschil tussen een overheid en een roversbende - het aura van respect en van moreel gezag dat aan de overheid wordt toegekend als de bewaker van "wet en orde" - het feit dat zelfs de meest kwaadaardige overheidsvormen het nodig vonden om enige schijn van orde en enige schijn van rechtvaardigheid te handhaven, al was het maar door routine en traditie, en om een soort morele rechtvaardiging voor hun macht op te eisen, van mystieke of sociale aard. Zoals de absolute monarchen in Frankrijk zich moesten beroepen op "Het Goddelijk Recht der Koningen", zo moeten de moderne dictators van Sovjet-Rusland fortuinen spenderen aan propaganda om hun heerschappij te rechtvaardigen in de ogen van hun tot slaaf gemaakte onderdanen.

In de geschiedenis van de mensheid is het begrip van de juiste functie van de overheid een zeer recente verworvenheid: het is slechts tweehonderd jaar oud en het dateert van de Founding Fathers van de Amerikaanse Revolutie. Niet alleen hebben zij de aard en de behoeften van een vrije samenleving vastgesteld, maar zij hebben ook de middelen bedacht om dit in de praktijk te brengen. Een vrije samenleving, zoals elk ander menselijk product, kan niet tot stand worden gebracht door toevallige middelen, door louter wensen of door de "goede bedoelingen" van de leiders. Een complex rechtssysteem, gebaseerd op objectief geldige principes, is nodig om een samenleving vrij te maken en vrij te houden - een systeem dat niet afhankelijk is van de motieven, het morele karakter of de bedoelingen van een bepaalde ambtenaar, een systeem dat geen mogelijkheid, geen maas in de wet laat voor de ontwikkeling van tirannie.

Het Amerikaanse systeem van "checks and balances" was precies zo'n prestatie. En hoewel bepaalde tegenstrijdigheden in de grondwet een maas in de wet lieten voor de groei van het staatisme, was de onvergelijkbare prestatie het concept van een grondwet als een middel om de macht van de overheid te beperken en in te perken.

Vandaag de dag, wanneer een gezamenlijke poging wordt ondernomen om dit punt uit te wissen, kan niet vaak genoeg worden herhaald dat de grondwet een beperking is voor de overheid, niet voor individuen - dat de grondwet niet het gedrag van individuen voorschrijft, maar alleen het gedrag van de overheid - dat het geen handvest is voor de macht van de overheid, maar een handvest voor de bescherming van de burgers tegen de overheid.

Beschouw nu de omvang van de morele en politieke ommekeer in de huidige heersende opvatting van de overheid. In plaats van een beschermer van de rechten van de mens te zijn, wordt de overheid hun gevaarlijkste schender; in plaats van de vrijheid te bewaken, vestigt de overheid slavernij; in plaats van de mensen te beschermen tegen de initiatiefnemers van lichamelijk geweld, initieert de overheid lichamelijk geweld en dwang op elke manier en op elk gebied dat haar behaagt; in plaats van te dienen als instrument van objectiviteit in menselijke relaties, creëert de overheid een dodelijk, onderaards bewind van onzekerheid en angst, door middel van niet-objectieve wetten waarvan de interpretatie wordt overgelaten aan de willekeurige beslissingen van willekeurige bureaucraten; in plaats van mensen te beschermen tegen schade door grillen, eigent de overheid zich de macht van onbeperkte willekeur toe - zodat we snel het stadium naderen van de ultieme inversie: het stadium waarin de overheid vrij is om te doen wat zij wil, terwijl de burgers alleen mogen handelen met toestemming; dat is het stadium van de donkerste perioden van de menselijke geschiedenis, het stadium van heerschappij door bruut geweld.

Er is vaak opgemerkt dat de mensheid, ondanks haar materiële vooruitgang, geen vergelijkbare mate van morele vooruitgang heeft bereikt. Deze opmerking wordt gewoonlijk gevolgd door een pessimistische conclusie over de menselijke aard. Het is waar dat de morele toestand van de mensheid schandelijk laag is. Maar als men de monsterlijke morele inversies beschouwt van de overheden (mogelijk gemaakt door de altruïstisch-collectivistische moraal) waaronder de mensheid gedurende het grootste deel van haar geschiedenis heeft moeten leven, begint men zich af te vragen hoe de mensen erin geslaagd zijn om zelfs maar een schijn van beschaving te behouden, en welk onverwoestbaar overblijfsel van eigenwaarde hen rechtop op twee voeten heeft doen lopen.

Men begint ook duidelijker de aard te zien van de politieke beginselen die moeten worden aanvaard en verdedigd, als onderdeel van de strijd voor de intellectuele renaissance van de mens.

Als je meer wilt lezen aarzel niet om het originele boek: The Virtue of Selfishness,  aan the schaffen waar je de originele tekst en andere essays kunt vinden over de waarde van filosofie en in het bijzonder de kracht van de ethiek.