Filosofie: wie heeft het nodig?

Dit artikel werd oorspronkelijk in The Ayn Rand Letter uitgegeven en later in Philosophy: Who Needs It (1982) gebundeld. Het is gebaseerd op een lezing die gericht was aan afstudeerklas van de Militaire Academie der Verenigde Staten te Westpoint op 6 maart 1974. Vertaald door Jules Kuiper

Laten we, aangezien ik een schrijfster van fictie ben, beginnen met een kort verhaaltje. Veronderstel dat u een ruimtevaarder bent wiens schip onbestuurbaar wordt en op een onbekende planeet neerstort. Wanneer u weer bij bewustzijn komt en u niet kwalijk verwond blijkt, zouden de eerste drie vragen in uw gedachten zijn: Waar ben ik? Hoe kan ik dat ontdekken? Wat moet ik doen? ]

Buiten ziet u onbekende begroeiing, en is er lucht om te ademen; het zonlicht lijkt bleker dan u het zich herinnert en kouder. U wendt zich, om naar de hemel te kijken maar stopt. U wordt door een plots gevoel getroffen; als u niet kijkt, hoeft u niet te weten dat u wellicht te ver van de aarde weg bent en terugkeren niet mogelijk is; zolang u dat niet weet, staat het u vrij te geloven wat u wilt – en u ervaart een mistige, aangename, maar enigszins schuldige soort van hoop. 

U wendt zich tot uw instrumenten: ze zijn mogelijk beschadigd, u weet niet hoe ernstig. Maar u stopt, door een plotse angst getroffen: hoe kunt u op deze instrumenten vertrouwen? Hoe kunt u er zeker van zijn dat ze u niet zullen misleiden? Hoe kunt u weten of ze in een andere wereld ook zullen werken? U wendt zich van de instrumenten af. 

Nu begint u zich af te vragen waarom u geen verlangen hebt om ook maar iets te doen. Zo veel veiliger lijkt het, om gewoon te wachten tot er op de een of de andere manier iets opduikt; het is beter, zegt u tegen uzelf, om het ruimteschip niet te verroeren. Diep in de verte ziet u een soort van levende schepsels aankomen; u weet niet of ze menselijk zijn, maar ze lopen op twee benen. Zíj, besluit u, zullen u vertellen wat te doen. 

Er wordt nooit meer iets van u vernomen. 

Dit is fantasie, zegt u? Zo zou u niet handelen en zeker een ruimtevaarder niet? Wellicht niet. Maar langs deze weg leiden de meeste mensen hun leven, hier, op aarde. 

De meeste mensen besteden hun dagen in gevecht om drie vragen te vermijden, waarvan de antwoorden voor de mens ten grondslag liggen aan elk gedachte, gevoel en handeling, of hij er nu bewust van op de hoogte is of niet: Waar ben ik? Hoe weet ik dat? Wat moet ik doen?

Tegen de tijd dat ze oud genoeg zijn om deze vragen te begrijpen, geloven mensen dat ze de antwoorden weten. Waar ben ik? Zeg, in de stad New York. Hoe weet ik dat? Het spreekt voor zich. Wat moet ik doen? Hier zijn ze niet al te zeker – maar het gebruikelijke antwoord is: wat iedereen ook doet. Het enige lastige hieraan lijkt dat ze niet erg bedrijvig zijn, niet erg zelfverzekerd, niet erg gelukkig – en ze ervaren af en toe, een angst zonder oorzaak en een onbepaald schuldgevoel, wat ze niet uit kunnen leggen of waar ze zich niet van kunnen bevrijden. 

Ze hebben nooit het feit ontdekt dat het lastige daaraan uit de drie onbeantwoorde vragen komt – en dat er een wetenschap is die ze kan beantwoorden: de filosofie.

Filosofie bestudeert de grondaard van het bestaan, van een mens, en van de betrekking die een mens heeft op het bestaan. Tegenover de bijzondere wetenschappen, die zich slechts bezighouden met bepaalde invalshoeken, houdt de filosofie zich bezig met die invalshoeken van het heelal die aan alles behoren wat er bestaat. Op het gebied van verstand zijn de bijzondere wetenschappen de bomen, maar is filosofie de voedingsgrond die het bos mogelijk maakt. 

Filosofie zou u bijvoorbeeld niet zeggen of u in de stad New York bent of in Zanzibar (doch zou het u de middelen geven om het uit te vinden). Maar hier is wat het u zou zeggen: bent u in een heelal dat door natuurwetten beheerst wordt en daardoor bestendig, vast, volstrekt – en te kennen is? Of bent u in een onbegrijpelijke warboel, een rijk van niet uit te leggen wonderen, een onvoorspelbare, onkenbare bedoening, welke uw verstand buiten machte is te begrijpen? Zijn de dingen die u om u heen ziet, echt – of zijn ze alleen een inbeelding? Bestaan ze onafhankelijk van enige waarnemer – of worden ze door de waarnemer geschapen? Zijn ze wat ze zijn – of kunnen ze veranderd worden door slechts een daad van uw bewustzijn, zoals een wens? 

De aard van uw handelingen – en van uw streven – zal verschillend zijn naar gelang welke reeks antwoorden u komt te aanvaarden. Deze antwoorden zijn het bereik van de metafysica – de leer van het bestaan op zich of, in Aristotelesʼ woorden, van het „zijn qua zijn” –  het voetstuk van de filosofie. Ongeacht tot welke besluiten u komt, u zult voor de noodzaak gesteld worden om nog een daaruit voortvloeiende vraag te beantwoorden: hoe weet ik dit? Aangezien de mens niet alwetend of onfeilbaar is, moet u ontdekken waar u aanspraak op kunt maken voor uw kennis en hoe u de geldigheid van uw besluiten kunt bewijzen. Vergaart de mens kennis door een werkwijze van rede – of door een plotselinge openbaring van een bovennatuurlijke macht? Is de rede het vermogen dat de door menselijke zintuigen aangeleverde stof identificeert en integreert – of wordt hij door ingeschapen, voor zijn geboorte aangebrachte, denkbeelden gevoed? Is de rede bekwaam om de werkelijkheid waar te nemen – of bezit de mens nog een of ander vermogen dat de rede te boven gaat? Kan de mens zekerheid bereiken – of is hij gedoemd tot aanhoudende twijfel? 

Het bereik van uw zelfvertrouwen – en van uw succes – zal verschillend zijn, naar gelang de reeks antwoorden die u aanvaardt. Deze antwoorden zijn het gebied van de epistemologie, de theorie van het kennen, welke de middelen van het menselijk verstand onderzoekt. 

Deze twee takken zijn de theoretische grondslagen van de filosofie. De derde tak – de ethiek – kan beschouwd worden als de technologie ervan. Ethiek wordt niet toegepast op alles wat bestaat, enkel op de mens, maar wél in elk opzicht op het menselijk leven: zijn karakter, zijn handelingen, zijn waarden, zijn verhouding tot al het bestaan. Ethiek, of moraal, bakent een stelsel van waarden af om de keuzes en handelingen van een mens te leiden – de keuzes en handelingen die de loop van zijn leven bepalen. 

Net als de ruimtevaarder in mijn verhaal niet wist wat hij moest doen, omdat hij weigerde kennis te nemen van waar hij was en hoe hij dat kon ontdekken, zo kunt u niet weten wat u moet doen totdat u weet wat de aard is van het heelal waarmee u te maken hebt, wat de aard is van uw verstandsmiddelen – en wat uw eigen aard is. Voordat u bij de ethiek aanbelandt, moet u de vragen beantwoorden die door de metafysica en de epistemologie gesteld worden: is de mens een rationeel wezen, in staat met de werkelijkheid om te gaan – of is hij een hopeloos blinde mislukkeling, een door heelalsbewegingen geteisterd brokje? Is presteren en genieten mogelijk voor een mens op aarde – of is hij tot mislukking en rampspoed gedoemd? Afhankelijk van de antwoorden kunt u de vragen die door de ethiek worden gesteld, verder in overweging nemen: wat is goed of slecht voor een mens – en waarom? Zou de voornaamste zorg van de mens een zoektocht naar vreugde moeten zijn – of een ontsnapping aan het lijden?  Zou de mens zelfvervulling – of zelfvernietiging – als het doel van zijn leven moeten stellen? Zou de mens zijn waardes moeten nastreven – of zou hij de belangen van anderen boven zijn eigen moeten plaatsen? Moet de mens geluk zoeken – of zelfopoffering? 

Ik hoef niet te wijzen op de verschillende gevolgen van deze twee antwoorden. U kunt ze overal zien – zowel innerlijk als om u heen.

De door de ethiek gegeven antwoorden bepalen hoe de mens andere mensen moet behandelen, en dit bepaalt de vierde tak van de filosofie: politiek, welke de beginselen van een juist maatschappelijk stelsel bepaalt. Als voorbeeld van de werking van filosofie: politieke filosofie zal u niet zeggen hoeveel gerantsoeneerde benzine aan u gegeven moet worden en op welke dag van de week – het zegt u of de overheid het recht heeft enige rantsoenering van wat dan ook op te leggen. 

De vijfde en laatste tak van de filosofie is esthetiek, de leer van kunst, welke gegrond is op de metafysica, epistemologie en ethiek. Kunst behandelt de behoeftes – het bijtanken – van het menselijk bewustzijn.

Sommigen van jullie zouden nu kunnen zeggen, zoals zo velen doen: „O, ik denk nooit in zulke abstracte termen – ik wil concrete, afzonderlijke, vraagstukken uit het echte leven behandelen – waar heb ik de filosofie voor nodig?” Mijn antwoord is: om concrete, afzonderlijke vraagstukken uit het echte leven te kunnen behandelen – d.w.z., om op aarde te kunnen leven. 

U zou kunnen beweren – zoals de meeste mensen – dat u nooit beïnvloed bent door filosofie. Ik vraag u om die bewering na te gaan. Hebt u ooit het volgende gezegd of gedacht? „Wees daar niet zo zeker van – niemand kan iets met zekerheid weten.” Dat besef hebt u van David Hume (en vele, vele anderen), hoewel u nog nooit van hem had gehoord. Of: „Dit kan theorie wel goed zijn, maar het werkt niet in de praktijk.” Dat hebt u van Plato. Of: „Het was rot om zoiets te doen, maar het is alleen maar menselijk, niemand is volmaakt in deze wereld.” Dat hebt u van Augustinus. Of: „Het is misschien waar voor jou, maar voor mij is het niet waar.” Dat hebt u van William James. Of: „Ik kon er niks aan doen! Niemand kan er iets aan doen wat ie doet.” Dat hebt u van Hegel. Of: „Ik kan het niet bewijzen, maar ik vóél dat het waar is.” Dat hebt u van Kant. Of: „Het is logisch, maar logica heeft niks te maken met de werkelijkheid.” Dat hebt u van Kant. Of: „Het is slecht, omdat het egoïstisch is.” Dat hebt u van Kant. Hebt u de moderne activisten horen zeggen: „Handel eerst, denk later”? Dat hebben ze van John Dewey. 

Sommige mensen zouden antwoorden: „ʼTuurlijk heb ik die dingen op verschillende momenten gezegd, maar ik hoef het niet altíjd te geloven. Het zou gisteren wel waar geweest kunnen zijn, maar het is vandaag niet waar.” Dat hebben ze van Hegel. Ze zouden kunnen zeggen: „Samenhang is de boeman van de kleingeestigen.” Dat hebben ze van een zeer kleingeestige: Emerson. Ze zouden kunnen zeggen: „Maar kan men niet een compromis aangaan en verschillende ideeën lenen van verschillende filosofen, afhankelijk van hoe het uitkomt?” Dat hebben ze van Richard Nixon – die het van William James had. 

Vraag uzelf nu: als u geen belangstelling hebt voor abstracte denkbeelden, waarom voelt u zich genoopt tot het gebruik ervan? Het feit wil dat abstracte denkbeelden begripsintegraties zijn die een niet te berekenen aantal concrete zaken omvatten – en dat u zonder abstracte denkbeelden niet om kunt gaan met concrete, afzonderlijke vraagstukken uit het echte leven. U zou zich in de toestand van een pasgeboren kind bevinden, voor wie elk voorwerp een uniek, ongekend verschijnsel is. Het verschil tussen zijn geestestoestand en de uwe ligt in het aantal begripsintegraties dat uw verstand heeft verricht. 

U hebt geen keuze omtrent de noodzaak om uw waarnemingen, uw ervaringen, uw kennis te integreren tot abstracte denkbeelden, d.w.z. tot beginselen. Uw enige keuze is of deze beginselen waar of onwaar zijn, of ze uw bewuste, rationele overtuigingen zijn – of een grabbelton van willekeurig meegesnaaide opvattingen, waar u de bronnen, de geldigheid, het verband en de gevolgen niet van kent; opvattingen die u vaker dan nooit als een baksteen zou laten vallen, als u ze zou kennen. 

Maar de beginselen die u (bewust of onbewust) aanvaardt, kunnen mogelijk met elkaar botsen of elkaar tegenspreken; ook die moeten geïntegreerd worden. Wat integreert hen? De filosofie. Een filosofisch stelsel is een geïntegreerde blik op de werkelijkheid. 

Als mens hebt u geen keuze rond het feit dat u behoefte hebt aan een filosofie. Uw enige keuze is of u uw filosofie bepaalt door een bewuste, rationele, gedisciplineerde gedachtegang en een nauwgezette logische overweging... – of uw onderbewuste laat opstapelen tot een puinhoop van ongewaarborgde besluiten, onjuiste generalisaties, onbepaalde tegenspraken, onverwerkte leuzen, ongeïdentificeerde wensen, twijfels en angsten, door toeval samengegooid, maar door uw bewustzijn geïntegreerd tot een soort van bastaardfilosofie en versmolten tot een enkel gewicht: zelfvertwijfeling, als een bal en ketting op de plek waar de vleugels van uw verstand hadden moeten groeien. 

U zou mogelijk zeggen, zoals velen doen, dat het niet makkelijk is om altijd vanuit abstracte beginselen te handelen. Nee, het is niet makkelijk. Maar hoe veel moeilijker is het, om daaruit te handelen zonder te weten wat ze zijn? Uw onderbewuste is als een computer – ingewikkelder dan een die mensen kunnen bouwen – en zijn hoofdwerk bestaat uit de integratie van uw denkbeelden. Wie programmeert het? Uw bewuste geest. Als u in gebreke blijft, als u geen vaste overtuigingen bereikt, wordt uw onderbewuste door toeval geprogrammeerd – en geeft u zich over aan de macht van denkbeelden waarvan u niet weet dat u ze hebt aanvaard. Maar uw computer geeft u hoe dan ook uitdraaien, elke dag en elk uur, in de vorm van emoties – wat bliksemsnelle inschattingen zijn van de dingen om u heen, berekend aan de hand van uw waarden. Hebt u uw computer geprogrammeerd door bewust te denken, dan kent u de aard van uw waarden en emoties. Hebt u dat niet gedaan, dan niet. 

Veel mensen, met name vandaag de dag, beweren dat mensen niet kunnen leven op logica alleen, dat het emotionele element van zijn aard in overweging moet worden genomen, en dat zij vertrouwen op de sturing van hun emoties. Nou, dat deed de ruimtevaarder uit mijn verhaaltje. Het zet hém voor gek – en hén: de waarden en emoties van een mens worden bepaald door zijn onderliggende blik op het leven. De uiteindelijke programmeur van zijn onderbewuste is de filosofie – de wetenschap die, volgens de emotionalisten, niet bij machte is de duistere mysteriën van hun gevoelens te beïnvloeden of te doordringen. 

De kwaliteit van de uitvoer van een computer wordt bepaald door de kwaliteit van de invoer. Als uw bewustzijn geprogrammeerd wordt door toeval, zal de uitvoer overeenkomstige tekenen vertonen. U hebt waarschijnlijk de welluidende term van computersysteembeheerders gehoord: „gigo” – wat „rommel erin, rommel eruit” (garbage in, garbage out) betekent. Dezelfde formule geldt voor het verband tussen het denken van een mens en zijn emoties. 

Een mens gestuurd door zijn emoties is als een mens gestuurd door een computer waarvan hij de uitdraaien niet kan lezen. Hij weet niet of zijn of programmeringen waar of onwaar, juist of fout zijn, of het zo ingesteld is dat het hem naar voorspoed of vernietiging leidt, of het zijn doelen dient, of die van een of andere kwade, onbekende macht. Hij is blind op twee fronten: blind naar de wereld om zich heen en naar zijn eigen innerlijke wereld, niet in staat om de werkelijkheid of zijn eigen emoties te begrijpen, en hij verkeert in slepende angst voor beide. Emoties zijn geen werktuigen van het verstand. De mensen die geen belangstelling hebben voor filosofie, hebben er het dringendst behoefte aan: zij zijn in haar macht uiterst hopeloos. 

De mensen die geen belangstelling hebben voor filosofie, nemen de beginselen ervan op uit de culturele atmosfeer om hen heen – uit de scholen, opleidingen, boeken, tijdschriften, kranten, films, televisie, enz. Wie zet de toon in een cultuur? Een handjevol mensen: de filosofen. Anderen volgen hun leiding, hetzij door overtuiging, hetzij bij gebrek aan beter. Gedurende enige tweehonderd jaar, onder de invloed van Immanuel Kant, is de overheersende trant in de filosofie op één enkel doel gericht geweest: de vernietiging van de menselijke geest, van zijn vertrouwen in de kracht van de rede. Heden zien we het hoogtepunt van die trant. 

Wanneer mensen de rede in de steek laten, zullen ze niet alleen ondervinden dat hun emoties hen niet kunnen leiden, maar dat ze geen emoties kunnen ervaren behalve één: angst. De verspreiding van drugverslaving onder jongeren die volgens de hedendaagse intellectuele mode zij opgevoed, toont aan wat voor ondraaglijke innerlijke status mensen hebben van wie de verstandsmiddelen zijn ontnomen en die een ontsnapping zoeken uit werkelijkheid – uit de angst voor hun onmacht om met het bestaan om te gaan. Zie hoe deze jongeren tegen onafhankelijkheid opzien en er uitzinnig naar verlangen om „erbij te horen,” om zich te hechten aan een of andere groep, kliek of bende. De meesten van hen hebben nooit van filosofie gehoord, maar ze voelen aan dat ze behoefte hebben aan enkele onderliggende antwoorden op vragen die ze niet durven te stellen – en ze hopen dat de stam hen zal zeggen hoe ze moeten leven. Ze zijn klaar om overgenomen te worden door elke geneesheks, goeroe of dictator. Een van de gevaarlijkste dingen die een mens kan doen is zijn morele autonomie over te geven aan anderen: net als de astronaut in mijn verhaal, weet hij niet of ze menselijk zijn, zelfs als ze op twee benen lopen. 

U zou nu kunnen vragen: indien filosofie zo kwaadaardig kan zijn, waarom zou men het dan moeten leren? In het bijzonder, waarom zou men de filosofische theorieën moeten leren, die fout zijn, die nergens op slaan, en die geen betrekking hebben op het echte leven? 

Mijn antwoord is: Uit zelfbescherming – en ter verdediging van de waarheid, de rechtvaardigheid, de vrijheid en enige waarde die u ooit hebt gehad of zult hebben. 

Niet alle filosofieën zijn kwaadaardig, ofschoon te veel ervan wel, in het bijzonder in de moderne geschiedenis. Echter, aan de wortel van elke beschaafde verworvenheid, zoals de wetenschap, technologie, vooruitgang, vrijheid – aan de wortel van elke waarde die we tegenwoordig genieten, de geboorte van dit land daarbij inbegrepen – zult u de verworvenheid van een man vinden, die meer dan tweeduizend jaar geleden geleefd heeft: Aristoteles. 

Als u niets dan verveling voelt bij het lezen van de vrijwel onbegrijpelijke theorieën van sommige filosofen, hebt u mijn diepste medeleven. Maar veegt u ze opzij, en zegt: „Waarom zou ik dat spul moeten bestuderen, wanneer ik weet dat het onzin is?” – dan hebt u het mis. Het is onzin, maar u hebt er geen weet van – niet zolang u al hun besluiten blijft aanvaarden, alle wrede leuzen die zulke filosofen voortbrengen. En niet zolang u niet in staat bent om ze te verwerpen

Die onzin behandelt de uiterst beslissende zaken van leven-of-dood in het menselijk bestaan. Aan de wortel van elke bepalende filosofische theorie ligt een legitieme zaak – in de zin dat er een oprechte behoefte bestaat van het menselijk bewustzijn; sommige theorieën worstelen om die te verklaren en andere worstelen om die te verduisteren, te corrumperen, om te voorkomen dat de mens die ooit zal ontdekken. 

De slag der filosofen is de slag om de menselijke geest. Indien u hun theorieën niet begrijpt, ben u kwetsbaar voor de slechtste ervan. 

De beste manier om filosofie te bestuderen is om het te benaderen als een detectiveverhaal: om elk spoor, aanwijzing en veronderstelling te volgen, ten einde te ontdekken wie een moordenaar is en wie een held. De toetssteen van detectie zijn twee vragen: Waarom? en Hoe? Indien een gegeven tendens waar lijkt te zijn – waarom? Indien een andere tendens onwaar lijkt te zijn – waarom? en hoe wordt het voorgedaan? U zult niet onmiddellijk alle antwoorden vinden, maar u zult zich een onschatbare eigenschap eigen maken: de kunst om te denken in termen van wat wezenlijk is. 

Niets wordt van zelf aan de mens gegeven, noch kennis, noch zelfvertrouwen, noch innerlijke rust, noch de juiste manier om zijn geest te gebruiken. Elke waarde waar hij behoefte aan heeft dient te worden ontdekt, geleerd en eigengemaakt – zelfs de juiste lichaamshouding. In dit verband wil ik zeggen dat ik de houding van de afgestudeerden van West Point altijd heb bewonderd, een houding die de mens belichaamt in trotse, gedisciplineerde beheersing van zijn lichaam. Nu, filosofische training geeft de mens de geschikte intellectuele houding – een trotse, gedisciplineerde beheersing van zijn geest. 

In uw eigen beroep, in militaire wetenschap, kent u het belang ervan de vijandelijke wapens, strategie en tactiek bij te houden – en op een verweer ertegen voorbereid te zijn. Hetzelfde geldt in de filosofie: u dient de vijandelijke denkbeelden te begrijpen en voorbereid te zijn die te verwerpen, u dient de basale argumenten te kennen en in staat te zijn ze op te blazen. 

In lichamelijke oorlogsvoering, zou u uw mannen niet in een valstrik leiden: u zou elke moeite nemen om de plaatsing ervan te ontdekken. Nu, Kants stelsel is de grootste en uiterst verwikkelde valstrik in de geschiedenis van de filosofie – maar het zit zo vol gaten dat, eens u de truc hebt begrepen, u het zonder enige moeite onschadelijk kunt maken en voorwaarts overheen kunt lopen in volkomen veiligheid. En eenmaal onschadelijk, zullen de mindere Kantianen – de lagere rangen van zijn leger, de filosofische sergeanten, soldaten en huurlingen van tegenwoordig – door hun eigen gewichtsloosheid vallen, als een kettingreactie. 

Er is een bijzondere reden waarom jullie, de toekomstige leiders van het Leger van de Verenigde Staten, er behoefte aan hebben om vandaag de dag filosofisch bewapend te zijn. Jullie zijn het doelwit van een bijzondere aanval van het Kantiaans-Hegeliaans-collectivistische etablissement dat onze culturele instellingen tegenwoordig overheerst. Jullie zijn het leger van het laatste op aarde overgebleven halfvrije land, en toch worden jullie ervan beschuldigd dat jullie een middel van het imperialisme zijn – en „imperialisme” is de naam die gegeven wordt aan het beleid van dit land, dat nooit een militaire veldtocht aangegaan is en nooit iets opgestreken heeft uit de twee wereldoorlogen, welke ze niet was begonnen maar was ingestapt en heeft gewonnen. (Incidenteel was het een zotte, overdreven liefdadig beleid, die dit land haar vermogen deed verspillen om zowel haar bondgenoten als voormalige vijanden te helpen.) Iets genaamd „het militair-industrieel complex” – wat een mythe is of erger – wordt verweten voor alle moeilijkheden van dit land. Bloederige hoogeschoolvandalen schreeuwen eisen dat R.O.T.C. eenheden verbannen worden van schoolcomplexen. Onze begroting voor defensie wordt aangevallen, veroordeeld en ondermijnd door mensen die beweren dat financiële voorrang gegeven moet worden aan ecologische rozentuinen en esthetische zelfexpressie voor de inwoners van de sloppenwijken. 

Sommigen van jullie zijn misschien overweldigd door deze campagne en vragen zich af, in goed vertrouwen, welke fouten u begaan had om dit teweeg te brengen. Indien dat zo is, is het van het hoogste belang dat u de aard van de vijand begrijpt. U wordt niet op enige fouten of tekortkomingen aangevallen maar op uw deugden. Niet op enige zwakte wordt u veroordeeld maar op uw kracht en bekwaamheid. U wordt ervoor gestraft dat u de beschermers van de Verenigde Staten bent. Op een lager niveau van ditzelfde geval wordt er een vergelijkbare campagne geleidt tegen de politiemacht. Zij die verzoeken dit land te vernietigen, verzoeken het te ontwapenen – intellectueel en lichamelijk. Maar dit is niet slechts een politiek geval; politiek is niet de oorzaak maar het laatste gevolg van de filosofische denkbeelden. Het is geen communistische samenzwering, hoewel sommige communisten erbij betrokken zouden kunnen zijn – als maden die zich verrijken aan een ramp die zie niet uit eigen macht konden veroorzaken. De drijfkracht achter de vernietiger is niet een liefde voor het communisme maar een haat voor Amerika. Waarom haat? Omdat Amerika de levende weerlegging van een Kantiaans heelal is. 

Hedendaagse zoetsappige zorg en medeleven jegens de zwakken, de mislukten, de lijdenden, de schuldigen is een dekmantel voor de grondige Kantiaanse haat voor de onschuldigen, de sterken, de kundigen, de voortvaarenden, de deugenden, de vertrouwensvollen, de gelukkigen. Een filosofie die eropuit is om de geest van de mens te vernietigen is noodzakelijk een filosofie van haat voor de mens, het leven van de mens en elke menselijke waarde. Haat voor het goede omwille van het goede is het brandmerk van de twintigste eeuw. Dat is de vijand waarmee u geconfronteerd wordt. 

Een dergelijk gevecht vereist uitzonderlijke wapens. Er dient tegen gevochten te worden door uw doel volledig te begrijpen, uzelf volledig te vertrouwen, en de volste zekerheid te hebben van de morele juistheid van beiden. Slechts de filosofie kan u voorzien van deze wapens. 

De opdracht die ik mezelf deze avond heb gegeven, is niet om u mijn filosofie te verkopen, maar filosofie op zich. Ik heb echter in elke zin impliciet gesproken vanuit mijn filosofie – aangezien niemand van ons en geen uitspraak kan ontkomen aan filosofische veronderstellingen. Wat is mijn egoïstische belang in deze zaak? 

Ik heb er genoeg vertrouwen in om te denken dat als u het belang van filosofie aanvaardt en uzelf de taak zet om het kritisch te onderzoeken, het mijn filosofie zal zijn die u zult aanvaarden. Formeel, noem ik het Objectivisme maar informeel noem ik het een filosofie om op aarde te leven. U zult een uitdrukkelijke uiteenzetting ervan in mijn boeken vinden, in het bijzonder in Atlas Shrugged

Tot besluit, laat me in persoonlijke termen spreken. Deze avond betekent veel voor mij. Ik voel een diepe eer in de mogelijkheid om tot jullie te spreken. Ik kan zeggen – niet als een vaderlandse leus maar met de volledige wetenschap van de noodzakelijke metafysische en epistemologische, ethische, politieke en esthetische wortels – dat de Verenigde Staten van Amerika het grootste en nobelste, en in zijn oorspronkelijke oprichtingsbeginselen het enige, morele land in de geschiedenis van de wereld is. Er wordt in mijn gedachten een soort stille glans verbonden met de naam West Point – omdat jullie de geest van die oorspronkelijke oprichtingsbeginselen hebben bewaard en jullie het symbool ervan zijn. Er waren tegenstrijdigheden en weglatingen bij die beginselen en die zouden er in die van jullie kunnen zijn – maar ik heb het over wezenlijke zaken. Er zouden individuen in jullie geschiedenis kunnen zijn die jullie hoogste maatstaven niet waarmaakten – zoals die er in elke instelling zijn – aangezien geen instelling en geen maatschappelijk stelsel vanzelf de volmaaktheid van al zijn leden kan waarborgen; dit is afhankelijk van de vrije wil van een individu. Ik spreek over jullie maatstaven. Jullie hebben drie karaktereigenschappen bewaard die kenmerkend waren in de tijd dat Amerika voortgebracht werd, maar die ogenschijnlijk vandaag de dag niet bestaan: ernst – toewijding – een besef van eer. Eer is in daden zichtbaar gemaakte zelfwaardering. 

Jullie hebben ervoor gekozen om je levens op het spel te zetten ter verdediging van dit land. Ik zal jullie niet beledigen door te zeggen dat jullie toegewijd zijn aan een altruïstische dienst – dat is geen deugd naar mijn moraal. Naar mijn moraal betekent de verdediging van het eigen land dat een mens persoonlijk onwillig is te leven als de veroverde slaaf van een vijand, in het buiten- of binnenland. Dat is een reusachtige deugd. Enkelen van jullie zijn zich er mogelijk niet van bewust. Ik wil jullie helpen je ervan bewust te zijn. 

Het leger van een vrij land heeft een grote verantwoordelijkheid: het recht om geweld te gebruiken, maar niet als een gereedschap voor dwangmatige aansporing en rauwe verovering – wat legers van andere landen in hun verleden deden – slechts als een gereedschap van zelfverdediging van een vrije natie, hetgeen betekent: de verdediging van de individuele rechten van de mens. Het beginsel om geweld slechts te gebruiken ter vergelding tegen hen die aanvingen met het gebruik ervan is het beginsel om geweld onder te schikken aan het recht. De hoogste integriteit en besef van eer worden voor zo'n taak vereist. Geen leger ter wereld heeft dat bereikt. Jullie wel. West Point heeft Amerika een lange lijn van helden gegeven, bekend en onbekend. Jullie, afgestudeerden van dit jaar, hebben een glorieuze traditie mee te dragen – welke ik diep bewonder, niet omdat het een traditie is maar omdat ze glorieus is. Aangezien ik uit een land kom dat schuldig is aan de slechtste tirannie op aarde, kan ik in het bijzonder de betekenis op prijs stellen van de grootsheid en hoogste waarde van hetgeen u verdedigt. Nu, uit eigen naam en uit naam van vele mensen die denken zoals ik, wil ik aan allen van West Point in het verleden, heden en de toekomst zeggen: Dank jullie wel.

Als je meer wilt lezen aarzel niet om het originele boek: Philosophy: Who Needs It,  aan the schaffen waar je de originele tekst en andere essays kunt vinden over de waarde en het praktische belang van filosofie.